Algemeen
De ontwikkeling van het landschap.
|
De strijd tussen water en land komt duidelijk naar voren uit de volgende kaartjes: |
1,33 MB |
 |
|
Op de najaarsbijeenkomst van de Historische Kring Ubbega sprak Dr J. van den Broek
Het ging over sporen in het landschap en patronen die men op landkaarten kan herkennen
Daarnaast was er veel aandacht voor waterstaatsgeschiedenis |
1,7 MB |
 |
Het oudste Groninger
cultuurlandschap
Alles slingert ten noorden van de stad
Groningen. De wegen, de dijken, de sloten en, natuurlijk, vooral het
Reitdiep. Het is dat we beter weten, anders zou je denken dat de vroegere
Aplanologen in dit deel van Groningen zwaar aan de drank waren. Overal zie
je dorpjes, of de restanten ervan. Hier en daar zien we een vrijwel geheel
afgegraven verhoging in het landschap liggen, of een dijkje in
vergevorderde staat van aftakeling.
Verloedering? Nee, juist niet!
We hebben hier te maken met een uniek en vitaal
landschap. Een landschap waar we meer dan 2500 jaar geschiedenis van
cultuur en natuur zonder al te veel moeite zo maar kunnen aflezen. Dat
kunnen we vrijwel nergens in Nederland. We nemen u mee op een tochtje door
dit oudste Groninger cultuurlandschap.
DE HUNZE Het
landschap hier is vormgegeven door het riviertje de Hunze, die vanuit
Drenthe komend, zich kronkelend een weg zocht naar de Noordzee. Tot het
jaar 1877 was de Hunze een getijdenrivier; eb en vloed waren tot in de
stad Groningen merkbaar. Bij harde wind uit het noordwesten en een wat
hoger tij, liepen hier uitgestrekte gebieden onder water. Zout water,
zeker in de tijd dat er nog geen sprake was van dijken. Zo'n 2500 jaar
geleden vestigden de eerste mensen zich in dit gebied. In een gevaarlijke
streek natuurlijk, maar ook in een uiterst rijke regio. Doordat er door de
zee regelmatig verse slib werd afgezet, was er voor de landbouwers geen
vruchtbaardere grond te vinden dan juist hier. Het unieke van het
Hunzegebied ten noorden van de stad Groningen is, dat de vormgeving van
het landschap door rivieren en zee, èn de beïnvloeding van het landschap
door de mensen, gelijk met elkaar opgingen. Populair gezegd: de eerste
kerkjes waren al gebouwd toen de Hunze nog regelmatig haar loop verlegde.
MEER KERKEN DAN MENSEN?
Omdat, nadat in dit gebied zich
de eerste mensen vestigden, de zeespiegel bleef stijgen, hoogde men de
woonplaatsen op: wierden gingen het landschap accentueren. Als
kralensnoeren liggen deze wierden langs de oevers van de Hunze en de
kreken die er in uitmondden. De mensen op de wierden leefden heel
geïsoleerd. Toen het Christendom ook in deze regio zijn intrede deed, werd
op heel veel wierden een kerkje gebouwd. Kerkje? Nee nee. Soms ook grote
kerken. Tot op de dag van vandaag kun je dat zien in het tweelingdorp
Winsum/Obergum. In oude tijden liep tussen beide dorpen een vrijwel niet
te passeren kreek. Omdat beide dorpen tamelijk welvarend waren, werd op de
wierden van de twee dorpen dan ook een grote kerk gebouwd, nog geen 500
meter van elkaar verwijderd. Trouwens, hoe veel kerken stonden er vroeger
niet in de omgeving van Winsum? De meeste zijn nu verdwenen, maar de
plekken waar ze stonden liggen er nog heel herkenbaar en altijd is er wel
iets bewaard. De pastorieboerderij van Groot Wetsinge, het o zo idyllisch
gelegen kerkhofje van Bellingeweer, de grafzerken van Ranum en de
begraafplaats van het vroegere kerkdorp Maarhuizen. Overigens, wie kent
niet het prachtige kerkje van Oostum? Schitterend gelegen op een vrijwel
kompleet afgegraven wierde. En, als je vanaf de stad Groningen naar Oostum
rijdt over de oudste wegen, passeer je het kerkhofje van Wierum. Ook hier
stond vroeger een kerk. Zo kunnen we nog wel even doorgaan. De kerk van
Harssens is verdwenen, de kloosterkapel van Selwerd is niet meer, Klein
Maarslag is kerkelijk gezien van de kaart weggevaagd. Veel in het nieuws
is de laatste tijd het omstreden kerkpad van Onderwierum ten oosten van
Winsum. U raadt het al, ook hier stond vroeger een godshuis. Is het
verwonderlijk dat iemand eens zei: Je ziet hier meer kerken dan
mensen?
DE ROL VAN HET GRONINGER LANDSCHAP
Wat we missen
in het Reitdiepgebied en wat tot het jaar 1877 zo onmiskenbaar was in deze
regio, is het verschijnsel vrij stromend water. In 1877 werd het Reitdiep
(de latere naam voor het Groninger deel van de Hunze) bij Zoutkamp
afgedamd. Verdwenen waren de eb- en vloedbewegingen. Het gebied was een
stuk veiliger geworden, maar landschappelijk een stuk armer. Hoewel armer?
De oude meanders ten oosten van Garnwerd lagen en liggen er nog steeds.
Grote stukken land langs deze kronkels zijn inmiddels eigendom geworden
van de Stichting Het Groninger Landschap. Wat zou het mooi zijn om in deze
slingers, grofweg tussen Adorp en Winsum, het oude rivierenlandschap in
oude staat terug te brengen. Mèt vrij stromend water. Niet voor niets
presenteerde de Stichting vorig jaar het plan Nieuw Groninger Tij. In
natte tijden wordt het hemelwater niet onmiddellijk afgevoerd, maar wordt
het opgevangen in natuurgebieden en later via 'natuurlijke' verbindingen
geloosd. Het Reitdiepgebied leent zich hier helaas maar gedeeltelijk voor.
De oude meanders hebben en houden hun rol voor de afwatering. Dit betekent
dat we daar niet periodiek water in vast kunnen houden. Dit houdt echter
ook in dat er water vrijelijk doorheen stroomt. Ze voegen dus een fraai
stroomgebiedje toe aan het Reitdiep en dat moet zo blijven. Door de
bodemdaling als gevolg van gaswinning dreigt echter een deel van de
onderlinge verbindingen tussen het Reitdiep, de oude meanders en het
Winsumerdiep te worden verbroken. Zeker als het nieuwe gemaal bij
Schaphalsterzijl er komt. Toch kunnen we hier en daar wel wat doen om
vroegere toestanden te doen herleven. In de Koningslaagte en bij een deel
van de oude rivierbocht tussen Adorp en Harssensbosch worden momenteel
maatregelen genomen om het water langer vast te houden. De weilanden
aldaar zullen bij veel regenval drassiger worden. Vervolgens wordt vanuit
de weilanden het water niet direct op de boezem geloosd, maar wordt het
naar de oude rivierloop geleid.
Zodra duidelijk is hoeveel water er zo
vastgehouden kan worden en met welke snelheid dit wegloopt zullen
voorzieningen aangebracht worden om vismigratie mogelijk te maken langs de
stuwen die er voor nodig zijn. Af en toe dus hogere waterstanden in deze
gebieden. Hier profiteren sommige weidevogels van, zoals bij voorbeeld de
grutto. Maar, wie het Groningse klimaat een beetje kent, weet dat we soms
ook droogteperioden kennen. Nu en dan zal de waterstand erg laag zijn,
waarbij de kleioevers van bepaalde loopjes droogvallen. Hier profiteren
weer andere vogels van. Steltlopers als de tureluur zoeken daar namelijk
graag voedsel. Als je dan, bij voorbeeld in de buurt van Schaphalsterzijl,
in de toekomst ook nog een vrij slingerend lozingsstelsel maakt van de
oude Hunze op het Reitdiep, krijg je weer enigszins het idee van hoe de
vroegere waterhuishouding in dit gebied was. Vissen kunnen weer gevolg
geven aan hun trekinstinct, dat bepaald wordt door de stroomrichting van
het water. Er ontstaan tijdelijke watervlakten waarin vissen kunnen paaien
en, minstens zo belangrijk, waarin jonge vis kan opgroeien. Zulke gebieden
zijn heel aantrekkelijk voor vogels als reigers, lepelaars en roerdompen
die op de visjes jacht maken. Kort gezegd een 'Nieuw Groninger Tij' in het
Reitdiepgebied.
De dronken schipper We zeiden het al,
alles slingert in het Reitdiepgebied. Dat ervoer ook een Groningse
zeevaarder die eeuwen geleden voor het eerst met z'n zeilschip over het
Reitdiep de Stad Groningen probeerde te bereiken. Vroeg in de morgen zag
hij al de kerktoren van Garnwerd. 'Nu ben ik zo in Groningen', zei hij tot
de kok, schenk me alvast maar een borrel in'. Twee uur later zag hij de
toren van Garnwerd weer, maar nu achter het schip. 'Nog maar een borrel',
zei hij tegen de kok. 'We zijn zo in Groningen.' Na nog een wijde bocht
zag hij de toren van Garnwerd weer voor de boeg van het schip, maar veel
verder weg. Van schrik nam hij nog maar een flinke neut. Vier uur en
talloze borrels later lag de kerk van Garnwerd nu eens aan bakboord dan
weer aan stuurboord, maar nog geen mijl dichterbij. De schipper heeft toen
de drank maar afgezworen.
Nog een sterkedrank
verhaal Vroeger twee geïsoleerde dorpen: Winsum en Obergum. Toen de
verbindingen beter werden durfde men ook wat vaker naar de kroeg te gaan.
Niet in de eigen woonplaats natuurlijk, Adoar komt proat van ien dörp. De
Obergumers dronken hun borrel in Winsum en de Winsumers zochten hun
spiritueel vertier in Obergum. Nog altijd herinnert het Jeneverbruggetje
hieraan.
Oeroud? Garnwerd is een oeroud schippersdorp
lezen we ergens in een toeristengids. Dat is niet waar natuurlijk, want
pas rond 1640 kwam Garnwerd aan het Reitdiep te liggen. De uitgang 'werd'
leert ons dat Garnwerd als een wierdedorp, dus als een landbouwdorp al
honderden jaren eerder is gesticht.
Pak de fiets.
De laatste jaren is het Reitdiepgebied voor fietsers steeds beter ontsloten.
Wandelend of fietsend ervaar je het gebied veel intenser dan in de auto.
Je verwacht het eigenlijk niet in Groningen, maar je hebt hier wel een
fiets nodig met goede versnellingen. Fiets maar eens het stukje tussen
Wetsingerzijl en Groot Wetsinge. Je ervaart hier meer hoogteverschillen
dan op de meeste fietsroutes op de Hondsrug.
Vier keer Wierum
Het Reitdiepgebied is een wierdengebied, dat is duidelijk.
Dat verklaart ook de naam van het vroegere dorpje Wierum. Er waren
destijds meer nederzettingen met de naam Wierum. Toen de verbindingen
beter werden, ontstond er meer behoefte aan onderscheid tussen de dorpjes.
Wierum bij Onderdendam werd Onderwierum, Wierum bij Ten Boer werd
Wittewierum (de monniken van het klooster van dit plaatsje droegen witte
habijten) en Wierum ten oosten van Farmsum kreeg als nieuwe naam
Oosterwierum. Ook de naam Oosterwierum verdween weer. Toen er een klooster
gebouwd werd, ontstond de naam Heveskesklooster.
Overgenomen van website van "Het Groninger Landschap"
Terug
|